Biodiversiteit
Laatst gewijzigd: 14-06-2010Instandhouding van de Nederlandse biodiversiteit vergt kennis van een bonte verscheidenheid aan organismen, die zeer uiteenlopende, soms onderling conflicterende eisen aan hun omgeving stellen.
Klaverbladmethode
Alterra inventariseerde de habitats en milieueisen van bedreigde planten, dieren en zwammen. Daarbij is gekeken naar de historische context van habitats, met speciale aandacht voor open milieus en de invloed van de mens op hun instandhouding. Behalve bedreigde soorten dient men ook de sleutelsoorten te kennen, die hetzij de ontwikkeling van een habitat beïnvloeden (bouwmeesters), hetzij de mogelijkheden voor andere bewoners van het habitat bepalen (herbergiers).
De onderzoekers presenteren de ‘Klaverbladmethode’ als een manier om milieueisen van soorten en kenmerken van habitats met elkaar te vergelijken. Belangrijk hierin is dat het succes van een soort in een terreintype afhangt van zijn relaties. Deze relaties worden door de klaverbladmethode geïnventariseerd op basis van:
- vier ecologische basisdimensies: constructie, informatie, energie, verplaatsing;
- het levenscyclus stadium;
- een onderscheid in biotische en abiotische factoren.
Het bijbehorende Alterra-rapport kunt u hier (pdf) nalezen.
Beleidsprogramma Biodiversiteit
Begin 2008 is het beleidsprogramma biodiversiteit 2008-2011 ondertekend door de ministers van LNV en VROM en voor OS, mede names de bewindslieden van EZ, OCW, V&W en Defensie. Verschillende maatschappelijke organisaties hebben inbreng geleverd tijdens de totstandkoming van het beleidsprogramma.
Biodiversiteit - de verscheidenheid aan levensvormen op aarde - is van groot belang, maar wordt nog steeds ernstig bedreigd. In het beleidsprogramma staan de prioriteiten voor de komende 4 jaar bij het aanpakken van de aantasting van biodiversiteit en het bevorderen van het duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen, zowel binnen als buiten Nederland.
Mede op initiatief van leiders uit het Nederlandse bedrijfsleven, is de taskforce biodiversiteit en natuurlijk hulpbronnen ingesteld. Deze taskforce moet het kabinet de komende tijd concrete suggesties aanreiken voor het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit op de langere termijn.
Document:
Rapport Biodiversiteit werkt: voor natuur, voor mensen, voor altijd
Gevarieerde ondergroei en een rijk bodemleven
De vegetatiekundige Patrick Hommel en de bodemkundige Rein de Waal hebben de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan de teruglopende kwaliteiten van vegetatie en bodem in onze bossen. Alle daarbij opgebouwde kennis is nu gebundeld in een zeer toegankelijk geschreven en fraai geïllustreerd boek.
Oorspronkelijk groeide in Nederland een veel gevarieerder bos dan nu het geval is. Onze zandgronden waren bedekt met bossen waarin naast eiken ook lindes en iepen een belangrijk aandeel hadden. Om verschillende redenen zijn de lindes en iepen verdwenen en uiteindelijk ook het meeste bos. Aan het eind van de middeleeuwen bestonden de resterende bossen vrijwel allemaal uit eiken en werden intensief gebruikt. Maar ook al lang daarvoor werden zuur strooisel producerende boomsoorten bevoordeeld door de mens, wat heeft geleid tot grootschalige en steeds verdergaande verzuring van onze bosbodems. In feite werd een negatieve spiraal in werking gezet die tot op heden niet is doorbroken.
Aanplant van lindes blijkt onder bepaalde omstandigheden dit proces te kunnen keren. Op de allerarmste zandgronden, zoals die van voormalige stuifzanden en leemarme dekzanden en stuwwalgronden, is dit verarmingsproces onomkeerbaar. Op de heel rijke gronden treedt geen sterke verzuring op en speelt het probleem niet. Juist in het tussengebied kan aanplant van lindes van grote betekenis zijn. Het tussengebied bestaat onder meer uit leemhoudende dekzanden, (kei)leembodems, oudere zandgronden van de binnenduinrand en leemhoudende stuwwalgronden. Bossen op deze gronden zijn vaak bezet met eiken, beuken en naaldbomen waardoor de kenmerkende flora (vrijwel) is verdwenen. De mogelijkheden voor herstel van rijke bossen worden hier daarom niet herkend. Ze liggen verborgen onder een dikke strooiseldeken.
Het opnieuw inbrengen van lindes in ons bos kan een belangrijke stimulans zijn voor het behoud en herstel van een gevarieerde ondergroei en een rijk bodemleven. Ook is dit van betekenis voor een structurele verbetering van de bodemvruchtbaarheid op de groeiplaats zelf. Voordat u nu meteen zelf lindeplantsoen gaat bestellen, is het zaak vooraf de kans op succes gedegen vast te stellen. Dat kan door vooraf te bepalen of de bodem voldoende leem bevat. De verwachte klimaatverandering zal de linde vermoedelijk alleen maar wind in de rug geven.
Wilt u meer weten over lindes, hun invloed op vegetatie en bodem en meer praktische tips krijgen voor toepassing in het beheer, lees dan dit interessante boek:
Patrick Hommel, Rein de Waal, Bart Muys, Jan den Ouden & Theo Spek
Terug naar het lindewoud; strooiselkwaliteit als basis voor ecologisch bosbeheer.
KNNV Uitgeverij Zeist
ISBN: 9789050112666
Documenten:
Omslag
Boek