Unie van Bosgroepen Bosschap Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit

Naar normale weergave

Home>Beheer>Bos en erfgrens

Bos en erfgrens

Laatst gewijzigd: 14-06-2010

Bos en beplantingen op de grens tussen twee eigenaren kunnen reden zijn voor een conflictsituatie. Onderstaand artikel gaat in op de volgende veelgestelde vragen: “Hoever moet een boom van de erfgrens staan?” en “Wat kan ik doen als ik last heb van overhangende takken van de buurman?”.

Plantafstand van de erfgrens

Volgens het Burgerlijk Wetboek dient een boom bij aanplant minimaal 2 meter van de grens van de beide eigenaren te staan. Voor struiken is deze afstand 0,5 meter. De afstand dient steeds gemeten te worden vanaf het midden van de stam van de boom aan de voet. Binnen de genoemde afstanden is het in beginsel dus niet geoorloofd om bomen, struiken of heggen te hebben. Hierop zijn echter veel uitzonderingen. We noemen de meest voor de hand liggende:

  • Andersluidende onderlinge afspraken. Onderlinge afspraken tussen buren overstijgen de hoofdregel. Er kan immers in onderlinge afspraak bijvoorbeeld een haag of bomenrij op de erfgrens worden aangeplant. In dat geval is er sprake van gemeenschappelijk eigendom. In andere gevallen zal er aantoonbare toestemming moeten zijn om bomen binnen de 2 meter van de grens te hebben.
  • ‘Openbare bomen’ van overheidsorganen. De minimale afstanden gelden in beginsel niet voor beplantingen in openbare grond. Bijvoorbeeld bomen in eigendom van Rijkswaterstaat of een gemeente.
  • Kleinere afstanden door verordening of plaatselijke gewoonte.
  • Verjaring. Het recht om verwijdering te vragen van beplanting binnen de genoemde afstanden verjaart door het niet benutten van dit recht en verstrijken van de tijd. In beginsel is deze rechtsvordering na 20 jaren verjaard. In bepaalde gevallen is deze periode 10 jaar. In beide gevallen is daarna sprake van een erfdienstbaarheid tot het hebben en houden van beplantingen binnen de 2 meter (of 0,5 meter bij struiken).
  • Indien de beplanting niet hoger is dan een scheidsmuur (muur, schutting). Bij afwezigheid van een vermelde maximaal toegestane hoogte in een plaatselijke verordening geldt een hoogte van 2 meter. Beneden deze hoogte wordt geacht geen hinder van beplanting te ondervinden.

Overhangende takken van de buurman

Volgens het Burgerlijk Wetboek heeft iemand het recht om zelf de overhangende takken van een naburige boom te verwijderen. Het gaat dan om de takken die hangen over de denkbeeldige lijn recht omhoog vanaf de erfgrens. Dit kan pas nadat de eigenaar van de beplanting schriftelijk is aangemaand en nadat de daarin gestelde termijn is verstreken. Dit recht geldt zowel voor beplanting binnen als buiten de 2-meter zone (zie vorige paragraaf).
Er zitten echter grenzen aan dit snoeirecht. Het snoeirecht is geen vrijbrief om de beplanting onherstelbaar te beschadigen. De mate van ingreep moet ook in verhouding staan tot de reden van de ingreep. Vaak is er bij rigoureuze snoei sprake van overtreding van andere regels, bijvoorbeeld het kapverbod. Voor stevig snoeien is meestal een kapvergunning nodig. Misbruik van dit recht kan optreden wanneer men dusdanig kapt of snoeit dat het voortbestaan van de boom of beplanting in gevaar komt.

Bron: Mr. Bas M. Visser, Bomen en wet, 2001.
 






URL: http://www.natuurbeheer.nu/Beheer/Bos_en_erfgrens/Printversie/
Naar normale weergave