Unie van Bosgroepen Bosschap Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit
Home>Beheer>Geïntegreerd Bosbeheer>Beheermaatregelen GB

Beheermaatregelen GB

Laatst gewijzigd: 15-06-2010

Hieronder is per beheermaatregel beschreven hoe deze in het kader van Geïntegreerd Bosbeheer wordt toegepast. Let wel: het gaat hierbij niet om harde eisen, maar om indicaties die bedoeld zijn om de werkwijze die bij Geïntegreerd Bosbeheer past duidelijk te maken.
Wanneer u klikt op een bepaalde beheermaatregel, verschijnt de beschrijving van de desbetreffende maatregel. De betekenis van voor u onbekende termen kunt u opzoeken in de begrippenlijst. De maatregelen:

Bodembewerking en aanplant

Bodembewerking en aanplant van plantsoen kosten geld en worden daarom tot een minimum beperkt. Bodembewerking heeft bovendien het ecologische nadeel dat het de ontwikkeling van een oude bosbodem verstoort. Bij voorkeur wordt afgewacht of er voldoende spontane verjonging van gewenste boomsoorten opkomt.
Bodembewerking wordt in principe alleen toegepast, wanneer een dichte bodemvegetatie en/of strooisellaag de natuurlijke bosopslag belemmert, en dan alleen oppervlakkig (onderploegen of opzij leggen van de strooisellaag). Aanplanten is noodzakelijk wanneer:
- zaadbomen van gewenste boomsoorten ontbreken,
- na enkele jaren (ca. 5 jaar) wachten de dichtheid van de verjonging onvoldoende is en/of de soortensamenstelling ongewenst is (bijvoorbeeld: geen menging, geen inheemse soorten of geen soorten die kunnen bijdragen aan de houtproductiefunctie). Aanplant vult de natuurlijke verjonging dan aan. Bij een hoge wilddruk kan (dure) aanplant van groot plantsoen nodig zijn.

Jeugdverzorging

Ook dit kost geld en wordt daarom tot een minimum beperkt. Alleen gericht, beperkt ingrijpen (vrijstellen) wanneer een spontane ontwikkeling binnen de komende 5 jaar ertoe zal leiden dat:
- een gewenste boomsoort vrijwel geheel door (een) andere boomsoort(en) wordt verdrongen,
- een aanzienlijk deel van de gewenste exemplaren van een boomsoort wordt verdrongen door ongewenste exemplaren (bijv. voorlopers, protsen),
- het bos grotendeels ontmengt.
Deze ingrepen worden alleen uitgevoerd als ze nodig zijn om het gestelde doel te bereiken. Vanwege de hoge kosten wordt dit bij voorkeur alleen uitgevoerd als verwacht wordt dat de vrijgestelde bomen zich tot aan de eerste rendabele dunning met weinig verdere hulp in het bos kunnen handhaven. Wanneer de doelstelling (bijvoorbeeld: bos met hoog aandeel eiken) intensievere jeugdverzorging noodzakelijk maakt, is het van belang om stil te staan bij de hoge kosten die deze doelstelling met zich meebrengt.

Bosverzorging

Ook dit kost meestal veel geld en wordt daarom tot een minimum beperkt. Er wroden uitsluitend maatregelen genomen die noodzakelijk zijn om de gewenste functievervulling te realiseren. Dit zijn vaak moeilijke afwegingen. Bijvoorbeeld: hoe in dit kader om te gaan met zich sterk uitbreidende boom- of struiksoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, krentenboompje en soms ook douglas. Of: wel of niet opsnoeien van (toekomst)bomen om de stamkwaliteit te verbeteren? (kan deze investering worden terugverdiend via hogere houtprijzen?).

Selectie en blessen

Goed blessen is cruciaal. Het bepaalt in hoge mate of de gewenste terreinkenmerken in het bos worden gerealiseerd. Een goede blesinstructie is een voorwaarde voor een goede doorvertaling van de doelen van de eigenaar: de doelen moeten tot uitdrukking komen in de selectie van de bomen.
Selectie van bomen die bij de dunning moeten worden vrijgesteld kan per dunningsronde worden uitgevoerd (vrije hoogdunning) of worden uitgevoerd via het aanwijzen van toekomstbomen (toekomstbomen-dunning). Via het aanwijzen van toekomstbomen (K-, R- en N-bomen) wordt voor langere tijd vastgelegd welke bomen bij de dunningen bevoordeeld moeten worden om de doelen van de eigenaar te realiseren. Dit heeft het voordeel dat het beheer voor langere tijd inzichtelijk wordt gemaakt. Dit moet dus zorgvuldig gebeuren.
De selectie en de eerste blesronde worden uitgevoerd als de (dunnings)kap ten minste kostendekkend kan zijn en de ‘stamreiniging’ (afsterven onderste zijtakken) voldoende ver is gevorderd (‘omslagpunt’, ca. 25 jaar oud bos). Blessen kan gericht zijn op het vrijstellen van toekomstbomen of op het vrijmaken van ruimte voor verjonging in combinatie met het opruimen van slechte bosgedeelten, die weinig bijdragen aan de gewenste functievervulling (selectieve verjonging). Ook kan gestuurd worden in de boomsoortensamenstelling (menging, aandeel inheemse boomsoorten, aandeel boomsoorten die bijdragen aan houtproductie). Er kan ook voor worden gekozen om binnen een opstand bewust bepaalde delen dicht te houden, terwijl in andere delen juist betrekkelijk veel wordt geselecteerd en geblest (variabele dunning). Hierdoor kan variatie worden gebracht in een monotone opstand.

Dunning en verjongingskap

Dit wordt pas uitgevoerd vanaf het moment dat dit ten minste kostendekkend is en de ‘stamreiniging’ (afsterven onderste zijtakken) voldoende ver is gevorderd (‘omslagpunt’, ca. 25 jaar oud bos). Dit wordt periodiek uitgevoerd om het bosecosysteem gericht te blijven sturen. Zo wordt bijvoorbeeld elke 5 jaar beoordeeld of dunning/verjongingskap in een bepaalde opstand nodig is. De schaal van verjongingskap sluit aan bij de ecologie van de te verjongen boomsoorten (zie terreinkenmerk Schaal verjonging). Bij voorkeur wordt per ingreep niet meer dan ca. 25% van een opstand of bosvak geveld, zodat het bosecosysteem en bosklimaat min of meer in stand blijven.

Houtoogst

Bij het toepassen van Geïntegreerd Bosbeheer wordt er regelmatig doelgericht hout geoogst. Hoeveel hout geoogst wordt, hangt samen met de nadruk die binnen een bosbedrijf gelegd wordt op de houtproductiefunctie. Uitgangspunt is dat er, gezien over een langere periode, iets minder wordt geoogst dan er bijgroeit. Enerzijds leidt dit tot een duurzaam bosbeheer en kan het aandeel oud bos en dood hout toenemen. Anderzijds wordt er zo voldoende gedund en geveld om ruimte te creëren voor de ontwikkeling van toekomstbomen met grote kronen en dikke stammen, natuurlijke verjonging en een gevarieerde bosstructuur.
Bij de oogstwerkzaamheden wordt het bosecosysteem zo veel mogelijk ontzien. Vooral schade aan toekomstbomen en aan populaties met bijzondere plant- en diersoorten wordt voorkomen. Bij voorkeur worden vellingwerkzaamheden uitgevoerd buiten de periode 15 maart – 15 augustus, om schade aan broedende vogels, dieren met jongen, bosvegetatie en bast en wortels van bomen te vermijden. Terreinomstandigheden (bijvoorbeeld hoge waterstanden) of beperkte planningsmogelijkheden leiden er soms toe dat toch in de genoemde kwetsbare periode geveld wordt. Hierbij is extra voorzichtigheid geboden en zijn heldere afspraken met de uitvoerder essentieel (hiervoor is de Gedragscode Natuurbeheer opgesteld).

Creëren van dood hout

Door stormhout te laten liggen en afgestorven bomen te laten staan (niet-ingrijpen), wordt de hoeveelheid dood hout passief verhoogd. Wanneer binnen het Geïntegreerd Bosbeheer een betrekkelijk groot gewicht aan de natuurfunctie wordt toegekend en/of er nog weinig (dik) dood hout in het bos aanwezig is, kunnen (kwalitatief slechte) dikke bomen worden geringd of omgeduwd, of kan bij een velling een deel van de (kwalitatief slechte) bomen in het bos worden achtergelaten.

Creëren van gevarieerde bosranden

Door de buitenste 5 tot 15 m van het bos te kappen, of door een strook van 5 tot 15 m van het open veld dat aan het bos grenst bij het bos te betrekken (evt. eerst plaggen) kan een brede bosrand worden gecreëerd. Door vervolgens de zoom (ca. ¼ deel van de breedte) eens in de ca. 3 - 5 jaar te maaien en in de mantel de grootste struiken en bomen om de ca. 10 – 20 jaar af te zetten (hakhoutbeheer) blijft een gevarieerde bosrand in stand met een hoge natuurwaarde en belevingswaarde.

Bescherming flora en fauna

De werkzaamheden in het bos leiden er enerzijds toe dat er biotopen ontstaan voor een groot aantal planten- en diersoorten. Anderzijds worden aanwezige populaties bij de beheermaatregelen ontzien; daarbij wordt speciaal aandacht besteed aan bescherming van populaties van zeldzame en bedreigde soorten.


Naar boven






Home Nieuws Agenda Contact Sitemap Mijn dossier Toevoegen aan dossier Printen