Maatschappelijke ontwikkelingen
Laatst gewijzigd: 30-03-2011De ontwikkeling van natuur en landschap staat niet los van de rest van de maatschappij. In deze sectie worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen op een rij gezet die natuur en landschap beïnvloeden.
Bevolkingsgroei
De bevolking van Nederland neemt ieder jaar enorm toe. Hierdoor neemt ook het ruimtegebruik van rode functies toe; nieuwe functies worden ontwikkeld op voormalige landbouwgrond. Grasland en akkerbouw zijn in oppervlakte afgenomen, terwijl natuur, glastuinbouw en recreatie zijn toegenomen.Andere activiteiten
Het agrarisch gebied neemt niet alleen in omvang af, ook zijn er naast de landbouw meer andere activiteiten in het agrarisch gebied gekomen. Een deel van de afgelopen jaren vrijgekomen boerderijen is in gebruik als woning of niet agrarisch bedrijf. Daarnaast heeft een aantal agrariërs er voor gekozen om naast de landbouw andere activiteiten te ontplooien. Voorbeelden hiervan zijn natuur- en landschapsbeheer, verkoop aan huis, recreatie (campings, boerengolf, kanovaren), energieproductie (windturbines) en gezondheidszorg. Het aanzien van het landschap verandert hierdoor.Bedrijvigheid
Doordat er steeds meer kantoren en bedrijventerreinen komen, verandert het aanzien van het landschap. Vooral de toename langs snelwegen heeft invloed op hoe de Nederlander het landschap ervaart.Veranderende recreatiewensen
De vrije tijd neemt nauwelijks toe. Wel zijn er aanzienlijke verschillen per levensfase. Ouderen hebben verreweg de meeste vrije tijd. Als het gaat om recreëren in natuur en landschap, dan is voor ouderen vooral het groen in de woonomgeving belangrijk. Veel natuurgebieden zijn voor hen vanwege hun geringere mobiliteit matig bereikbaar, waardoor ze er minder vaak komen dan andere leeftijdsgroepen.
Betrokkenheid
De betrokkenheid van de bevolking bij natuur en landschap bepaalt het draagvlak voor natuurbeleid. Deze betrokkenheid en dit draagvlak hebben namelijk grote invloed op de mogelijkheden om natuur in stand te houden en te ontwikkelen. Dit geldt zowel voor de natuurgebieden in Nederland als voor de natuur in de woonomgeving van mensen. Een aantal aspecten om rekening mee te houden zijn:
- Natuurwensen van mensen verschillen. Dit vraagt om pluriform natuurbeleid met verschillende typen natuur.
- Driekwart van de Nederlanders is op de één of andere manier betrokken bij natuur en landschap: als gebruiker, beschermer of beslissen
- Jongeren zijn minder betrokken bij natuur dan ouderen en allochtonen zijn anders betrokken bij natuur dan autochtonen
Balans van de Leefomgeving 2010
Elke twee jaar stelt het Planbureau voor de Leefomgeving de Balans van de Leefomgeving op. Deze vervangt de jaarlijkse Natuurbalans en Milieubalans.Daaruit kwam onder andere het volgende naar voren:
- Kwaliteit leefomgeving toegenomen door beleid, maar grote problemen blijven: De kwaliteit van de leefomgeving in Nederland is sinds 1990 verbeterd mede dankzij het beleid. Zo zijn de lucht en het oppervlaktewater schoner, zijn achterstandswijken vernieuwd en zijn er meer woningen binnen steden en dorpen gebouwd. De aanpak van grote problemen zoals klimaatverandering en aantasting van de biodiversiteit vergt echter extra beleidsinspanningen. Oplossingen liggen vooral bij een internationale aanpak. Binnen Nederland kan het rijk meer samenhang aanbrengen in het beleid en de inspanningen op onderdelen intensiveren.
- Samenhang beleid voor leefomgeving kan beter: Het sectorale rijksbeleid voor milieu, natuur en ruimte is erin geslaagd successen te boeken, maar beleidssporen werken elkaar soms tegen. Het klimaatbeleid stimuleert bijvoorbeeld de bouw van windmolens, maar deze nieuwe ruimteclaim bemoeilijkt de verdeling van de beschikbare ruimte, zowel op land als op zee. De ruimtelijke scheiding van landbouw en natuur lost daarnaast slechts een deel van de ongewenste neveneffecten van hun wederzijdse beïnvloeding op. Soms ligt de oplossing in het beter afstemmen van bestaande beleidsdoelen, maar soms zijn ook keuzes tussen beleidsdoelen noodzakelijk voor een effectief en doelmatig beleid. Ruimtelijke ordening kan een belangrijk institutioneel kader bieden om beleidsdoelen verder te integreren. Voorbeelden zijn het klimaat- en energiebeleid, en de verbreding van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Daarnaast kan binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid meer geld worden besteed aan de versterking van de natuur en het landschap.
- Bezuinigingen vragen om heroverweging beleidsaanpak en rolverdeling Op de korte termijn profiteert de leefomgeving van de economische neergang. De druk op de schaarse ruimte neemt immers tijdelijk af en de milieudruk is aantoonbaar minder, doordat er minder ruimtevragende en vervuilende activiteiten plaatsvinden. Daartegenover staat dat de noodzakelijke 14 Balans van de Leefomgeving 2010 ontwikkeling van schone technieken vertraging kan oplopen. Investeringen in de leefomgeving dreigen namelijk af nemen omdat de overheid en private partijen door de recessie over minder geld beschikken. De kans is groot dat private en publieke investeringen in stedelijke ontwikkeling en natuur en landschap eveneens teruglopen. Dit zet zowel de leefbaarheid in steden als de natuur- en landschapskwaliteit onder druk. De overheid kan zoeken naar nieuwe wegen om private partijen meer verantwoordelijkheid te geven om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Zij zal hiervoor een kader moeten formuleren met heldere spelregels en meer aandacht voor handhaving.
Naar normale weergave