Certificering
Laatst gewijzigd: 27-07-2011Waarom certificering?
De subsidiegever wil dat de aanwezige kwaliteit binnen het beheertype gehandhaafd blijft, maar kan daar niet op sturen. De subsidie wordt immers verstrekt op basis van de beheertypen. Zolang de aanvrager binnen het beheertype blijft, voldoet hij aan de subsidie-eisen. Binnen de beheertypen is echter een groot verschil aan kwaliteit mogelijk. Zo omvat het beheertype “vochtige heide” zowel sterk vergraste en zeer soortenarme pijpenstrootjevlaktes als zeer soortenrijke natte heidevegetaties waar vele rode lijstsoorten voorkomen. De subsidiegever wil door het certificeren van aanvragers de kwaliteit binnen de beheertypen borgen.
Voordelen voor de gecertificeerde aanvrager zijn onder andere een eenvoudige manier van aanvragen, minder controles en meldingen.
Wie wordt gecertificeerd?
Om een certificaat te krijgen, moet een kwaliteitshandboek (zie hieronder) worden opgesteld. Dit kwaliteitshandboek moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de stichting certificering SNL (landelijke stichting, opgericht door het Interprovinciaal Overleg). Met de goedkeuring van het handboek wordt het certificaat verstrekt. Er zijn 3 certificaten:
- Het certificaat natuurbeheer is een individueel certificaat voor eigenaren en organisaties. Elke subsidiegerechtigde kan een aanvraag doen om zich te laten certificeren.
- Het certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer is een groepcertificaat voor samenwerkingsverbanden van eigenaren en organisaties. Samenwerkingsverbanden van subsidiegerechtigden kunnen een aanvraag doen om zich te laten certificeren. Het certificaat van de Unie van Bosgroepen valt in deze categorie.
- Het certificaat coördinatie agrarisch natuurbeheer is een certificaat in het kader van het agrarisch natuurbeheer. Daar wordt hier niet verder op ingegaan.
Wat staat er in het kwaliteitshandboek?
In het kwaliteitshandboek maken de gecertificeerde beheerders de kwaliteit van hun beheer inzichtelijk. Het kwaliteitsboek geeft aan:
- hoe de beheerder omgaat met doelstelling, doelbereiking (beheer), monitoring en evaluatie;
- hoe de eigen controle op het systeem is (interne audit);
- hoe de beheerder omgaat met projecten (alleen indien gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid tot programmasubsidie in de regeling kwaliteitsimpuls);
- hoe de afspraken tussen de certificaathouder en de deelnemers in het certificaat worden vastgelegd en geborgd (alleen bij groepcertificaten).