Standaardkostprijzen
Laatst gewijzigd: 06-02-2012Standaardkostprijzen
Per beheertype zijn standaardkostprijzen door de gezamenlijke terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Unie van Bosgroepen, De Landschappen, Federatie Particulier Grondbezit) berekend. Bij de berekening is gebruik gemaakt van de Alterranormen 2007 voor bos, natuur en landschap (gïndexeerd naar 2009) en van ervaringscijfers van de terreinbeheerders. De standaardkostprijzen zijn landelijke gemiddelde normkosten voor het beheer. De terreinbeheerders, de provincies en het Ministerie van EL&I zijn het erover eens dat de standaardkostprijzen een reële weergave van de beheerkosten zijn. De standaardkostprijzen worden jaarlijks geactualiseerd.
De gezamenlijke provincies hebben de beheervergoedingen voor natuurbeheer vastgesteld op 84% van de standaardkostprijs. De beheervergoedingen voor nieuwe subsidieaanvragen worden jaarlijks door de provincies in het Openstellingsbesluit gepubliceerd. De tarievenlijst voor alle beheertypen kunt u hier downloaden.
Gemiddelde beheer en bedrag
De berekeningen van de standaardkostprijzen kunnen niet als beheervoorschrift gelezen worden. Het gaat om een weergave van het gemiddelde beheer op het gehele areaal van een bepaald beheertype in Nederland. Het beheer in een bepaald gebied wijkt haast per definitie af van het beheer zoals opgenomen op de bladen met de berekeningen. De kosten zullen dus per gebied ook afwijken. Het gaat om de berekening van een gemiddeld bedrag.
Uitgangspunten berekenen standaardkostprijzen
Uitgangspunten bij het berekenen van de standaardkostprijzen zijn de volgende:
- het beheer wordt in eigen regie door derden (aannemers/loonwerkers) uitgevoerd;
- het beheer omvat het benodigde beheer om de huidige kwaliteit van het beheertype in stand te houden;
- per beheertype is een inschatting gemaakt van de verschillende maatregelen die worden uitgevoerd, het deel van het landelijke areaal waarop de maatregelen plaatsvinden en de frequentie waarmee deze maatregelen plaatsvinden;
- kosten en opbrengsten zijn afzonderlijk berekend. Kosten zijn berekend op basis van de meest recente versie van het Alterra Normenboek Natuur, Bos en Landschap en ervaringscijfers van de terreinbeheerders. Opbrengsten (verkoop van gewas als hout, riet, gras of graan) zijn gebaseerd op ervaringscijfers van SBB en van het LEI (houtopbrengsten). Daarbij is gekeken naar de opbrengstcijfers van de afgelopen 3 jaar.
- Reguliere beheermaatregelen om het aanwezige kwaliteitsniveau binnen het beheertype in stand te houden. Hierin zitten de beheermaatregelen die elke subsidieperiode moeten worden uitgevoerd om de kwaliteit van het beheertype in stand te houden. Hieronder valt ook kleinschalig cyclisch beheer, zoals kleinschalig plaggen en schonen t.b.v. in stand houden terreinvariatie.
- Begeleiding door de beheerder. Deze kosten zijn gesteld op 15% van de uitvoeringskosten.
- BTW. Het gemiddelde BTW percentage is gesteld op 6,2% van de totale kosten (inclusief de kosten voor eigen personeel e.d.).
- Onderhoud sloten, bestrijding ziekten en plagen die een gevaar voor de volksgezondheid vormen (zoals botulisme) en systematische boomcontrole.
Welke kosten zijn niet meegenomen?
- Beheermaatregelen die met lage frequentie moeten worden uitgevoerd om het beheertype en de kwaliteit ervan in stand te houden. Het gaat om grootschalig cyclisch beheer, zoals baggeren van vennen en wateren, grootschalig plaggen van heide en uitdiepen van petgaten gericht op het in stand houden van successiestadia. Deze (reguliere) maatregelen maken geen deel uit van de standaardkostprijs en moeten additioneel (bijvoorbeeld via de SKNL) gefinancierd worden.
- Effectgerichte Maatregelen (EGM/OBN). Eénmalig en grootschalig herstel van wegens milieudruk afgetakelde natuurgebieden, gericht op herstel van natuurwaarden meestal in verband met verdroging, vermesting en verzuring. Deze maatregelen werden tot en met 2010 gefinancierd door de (rijks)regeling EGM. Er is nog niet bekend of er een opvolger van de EGM komt.
- Beheermaatregelen die erop zijn gericht om de kwaliteit binnen het beheertype te verhogen. Deze maatregelen kunnen worden gefinancierd door de SKNL.
- Soortbevorderende maatregelen die bovenop het normale beheer worden uitgevoerd en speciaal gericht zijn op het behoud van bepaalde soorten. Het gaat bijvoorbeeld om aanleg en periodiek onderhoud van broedeilandjes voor sterns, aanleg van extra poelen voor bepaalde amfibieën, aanleg van ijsvogelwanden. Deze maatregelen kunnen worden gefinancierd uit het soortenbeleid.
- Maatregelen die aan zeer specifieke gebieden gebonden zijn, zoals onderhoud aan kaden en beschoeiingen langs waterwegen, veiligheidsmaatregelen in gebieden waar plotseling hoog water kan voorkomen, extra kosten voor het beheer van vaarland en de kosten voor beheer van wild in grote natuurlijke eenheden. De SNL biedt wel de mogelijkheid om voor gebieden die alleen varend bereikt kunnen worden een vaartoeslag op te nemen.
- Kosten die niet direct het uitvoeren van het beheer betreffen, zoals overleg met derden, gastheerschap, waterschapslasten, brandbestrijding, het runnen van een beheerkantoor.