Flora- en Faunawet
Laatst gewijzigd: 09-05-2011Wanneer is de Flora- en Faunawet van toepassing?
In de Flora- en Faunawet wordt de bescherming van soorten geregeld. Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in bossen en natuurterreinen rekening moet worden gehouden met de Flora- en Faunawet. In de Flora- en faunawet zijn ook de bepalingen van het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Flora and Fauna: Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten) verwerkt. Deze wet regelt de internationale handel in bedreigde dieren en planten.
Hoe werkt de Flora- en Faunawet?
De Flora- en Faunawet kent drie belangrijke elementen:
- De lijst van beschermde soorten. In totaal bevat deze lijst bijna 950 soorten;
- Het verbod op het doden, verstoren of beschadigen van beschermde dieren en hun holen, nesten en eieren en het verbod op doden, beschadigen of plukken van beschermde planten;
- De verplichting om voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende dieren en planten.
1. De lijst van beschermde soorten: weten wat er in het bos leeft
De Flora- en Faunawet verplicht iedereen om bij het nemen van beheermaatregelen rekening te houden met alle beschermde soorten die door de maatregel beïnvloed kunnen worden. Omdat bij een beheerder niet altijd precies bekend is welke beschermde soorten in een terrein leven, dient eerst een inventarisatie plaats te vinden. Via het natuurloket (www.natuurloket.nl) is informatie te verkrijgen over welke soorten waar voorkomen. Deze informatie is echter doorgaans niet specifiek genoeg en er moet voor worden betaald. De lijst van beschermde soorten kunt u hier downloaden.2. Verbod op doden, verstoren en beschadigen: weten waar de soorten zich bevinden
Om uit te sluiten dat beschermde dieren, hun holen, nesten en eieren en beschermde planten worden verstoord of gedood moet de beheerder weten waar de holen, nesten en rustplaatsen van de beschermde dieren zijn en waar de beschermde planten groeien. Er kan dan omheen gewerkt worden. Dit betekent dat het niet voldoende is om te weten of een dier of plant aanwezig is, maar dat je ook moet weten waar dier of plant zich bevindt. Dit vraagt een behoorlijke mate van kennis van het gedrag van de dieren.3. Zorgplicht, gedragscode en vrijstellingsbesluit
De Flora- en Faunawet kent een zorgplicht. Je moet voldoende zorg in acht nemen voor in het wild levende dieren en planten. Om helder te krijgen wat “voldoende zorg” is, wordt er gewerkt met gedragscodes. Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht die de Flora- en Faunawet oplegt. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen.
Het Bosschap heeft het voortouw genomen om te komen tot gedragscodes. Het Bosschap heeft, samen met Vogelbescherming Nederland en in overleg met Staatsbosbeheer, de Unie van Bosgroepen en de AVIH, de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer en in samenwerking met Staatsbosbeheer, SBNL, Natuurmonumenten, De Landschappen en de Federatie Particulier Grondbezit en anderen de Gedragscode Natuurbeheer opgesteld. Deze gedragscodes zijn door het Ministerie goedgekeurd en geven dus, bij correcte uitvoering, vrijstelling. De Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer 2010-2015 is hier (pdf) te downloaden. De Gedragscode Natuurbeheer is hier te downloaden. Er is ook een informatieve brochure over het toepassen van de gedragscode, deze kunt u hier (pdf) downloaden.
Ontheffing aanvragen: alleen als het niet anders kan
De Wet kent de mogelijkheid om ontheffing te verlenen. Het verlenen van ontheffing gebeurt gedeeltelijk door de provincie en gedeeltelijk door EL&I. Er zijn een beperkt aantal ontheffingsgronden.
De provincie beoordeelt de ontheffingsaanvraag als het gaat om:
- volksgezondheid en openbare veiligheid;
- veiligheid luchtverkeer;
- schade aan landbouw en visserij;
- schade aan flora en fauna.
Het Ministerie van EL&I beoordeelt de ontheffingsaanvraag als het gaat om:
- onderzoek en onderwijs;
- repopulatie en herintroductie;
- dwingende redenen van groot openbaar belang.
Alleen indien beheerwerkzaamheden worden uitgevoerd vanwege de genoemde ontheffingsgrond kan ontheffing worden aangevraagd. In bos- en natuurbeheer komen we alleen schade aan flora en fauna als mogelijke ontheffingsgronden tegen. Plagwerkzaamheden en baggerwerkzaamheden, die per definitie destructief zijn, worden uitgevoerd om grotere schade aan flora en fauna tegen te gaan. Ontheffing kunt u aanvragen bij Dienst Regelingen te Dordrecht. Het te gebruiken formulier is te downloaden via DR loket - vergunningen - Flora- en Faunawet.
Bouwers hoeven voor terugkerende activiteiten, zoals bouwrijp maken, geen ontheffing meer aan te vragen van de Flora- en faunawet. Maar dan moeten zij wel aan kunnen tonen dat zij de werkzaamheden uitvoeren volgens de Gedragscode Flora- en faunawet voor de bouw- en ontwikkelsector.
Meer informatie
Websites:
- De Flora- en faunawet is te lezen op wetten.overheid.nl
- Meer informatie over de 2007-editie van de Rode Lijst status van planten- en diersoorten (IUCN), vindt u hier.