Unie van Bosgroepen Bosschap Ministerie van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit
Home>Wet- en regelgeving>Nederland>Natuurbeschermingswet

Natuurbeschermingswet

Laatst gewijzigd: 31-05-2010

Wat is de natuurbeschermingwet?

Zoals de soortenbescherming is geregeld in de Flora- en Faunawet, zo is de gebiedsbescherming geregeld in de Natuurbeschermingswet. De Natuurbeschermingswet (1998) regelt de bescherming van gebieden die in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn beschermd moeten worden. Alleen binnen die gebieden is de wet van toepassing. Op de website van LNV zijn alle beschermde gebieden opgenomen in de Gebiedendatabase.

Hoe werkt de Natuurbeschermingswet?

De aanwijzing van gebieden 

De Minister van LNV wijst de gebieden aan. Hierbij wordt de zienswijze van provincie(s), gemeente(n), eigenaren en gebruikers van het aan te wijzen gebied gevraagd. In het aanwijzingsbesluit wordt de exacte ligging van het gebied aangegeven en welke habitats in het gebied moeten worden beschermd. Hierna vindt een inspraakprocedure plaats. Tegen de besluiten kan bezwaar worden aangetekend bij het Ministerie. Tegen de beslissing op bezwaar is beroep aan te tekenen bij de rechtbank. 
Het aanwijzen van gebieden is inmiddels afgerond en de aangewezen gebieden zijn te vinden in de Gebiedendatabase.  

Het beheer van aangewezen gebieden  

Na de aanwijzing van de beschermde gebieden, wordt door de provincie een inventarisatie gemaakt van elk gebied. Er wordt vastgelegd welke waarden in het gebied aanwezig zijn en waar de te beschermen habitats liggen. Als deze inventarisatie klaar is, dient u voor alle werkzaamheden die schadelijk zijn voor de te beschermen habitat een vergunning aan te vragen. Momenteel zijn alle provincies in Nederland bezig met de inventarisatie.
 
Als beheerder van een terrein in een aangewezen gebied kunt u ervoor kiezen een beheerplan op te stellen, waarin u aangeeft hoe u wilt beheren en hoe u daarbij de betreffende habitats beschermd. Voor alle Natura 2000- gebieden moeten, binnen drie jaar na aanwijzing, beheerplannen worden opgesteld. De provincie en soms het Rijk zijn hiervoor verantwoordelijk. Hier kunt u een lijst van contactpersonen downloaden.
 
Als het beheerplan wordt goedgekeurd hoeft u voor individuele activiteiten geen vergunning meer aan te vragen. Dat geldt dan natuurlijk alleen voor werkzaamheden die in het beheerplan staan en alleen onder de voorwaarde dat het beheerplan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
 
Omdat de provincies nog niet klaar zijn met de inventarisaties, is nog niet duidelijk hoe de beheerplannen eruit moeten gaan zien. Omdat de eisen per provincie kunnen verschillen, is het mogelijk dat er geen landelijke standaard kan komen. Wel heeft LNV een handreiking voor beheerplannen opgesteld.  

Het toetsen van plannen die van invloed zijn op aangewezen gebieden 

Plannen die van invloed kunnen zijn op een aangewezen gebied moeten vooraf worden getoetst. Dit kunnen ook plannen zijn in de directe nabijheid van een gebied. Het toetsingskader bestaat globaal uit drie stappen:
  1. Bij het nemen van beslissingen over plannen moeten bestuursorganen rekening houden met de instandhoudingdoelstellingen uit de natuurbeschermingswet;
  2. Als er te beschermen waarden in het geding kunnen komen, moet een passende beoordeling worden gemaakt. Dit is te vergelijken met een milieueffectrapportage;
  3. Als substantiële schade aan de beschermde habitats te verwachten is, kan slechts bij dwingende reden van openbaar belang én aantoonbare afwezigheid van een alternatief voor het plan tot uitvoering worden overgegaan. In dat geval is compensatie verplicht.

Wat betekent dit voor het beheer?

Voor de terreinen binnen aangewezen gebieden waar een actief beheer wordt gevoerd moeten beheerplannen worden opgesteld. Dit kan pas als de provinciale inventarisaties zijn afgerond. Deze plannen zullen door de provincie moeten worden goedgekeurd. Het is nog niet duidelijk hoe deze beheerplannen er uit zullen zien en tot welk detailniveau er zaken in moeten worden geregeld. Daarom zijn de consequenties voor het beheer nog niet goed te overzien. Beheerwerkzaamheden waarvan een zodanige impact op de habitat te verwachten is dat toetsing vooraf wenselijk is, komen in de praktijk nagenoeg niet voor.

Vergunningplicht

Op grond van de huidige wet geldt een vergunningplicht voor activiteiten die in en om Natura 2000-gebieden de beschermde natuur kunnen verstoren. Deze vergunning wordt gebaseerd op een toetsing voordat een bedrijf of activiteit zich vestigt in of om een Natura 2000-gebied.

Door wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 is het bestaand gebruik, tot het moment dat beheerplannen voor Natura 2000-gebieden zijn opgesteld, niet vergunningplichtig. Tot het vaststellen van een beheerplan kan het bestaand gebruik dus doorgang vinden. Uitzondering vormt bestaand gebruik dat onomkeerbare schade aan de natuurwaarden zou veroorzaken. Voor dergelijk bestaand gebruik krijgt de minister van LNV een speciale bevoegdheid waardoor het gebruik kan worden aangepast of beëindigd als dit schadelijk is voor de natuur. De bewijslast om dit aan te tonen ligt in dat geval, in tegenstelling tot de vergunningplicht, bij de minister.

Natuurcompensatie

Het compenseren van natuur laat in Nederland nogal eens te wensen over. Dit is gebleken uit rapporten van de Algemene Rekenkamer en de VROM-Inspectie. Het LEI heeft in opdracht van het ministerie LNV een onderzoek gedaan naar hoe in het buitenland omgegaan wordt met natuurcompensatie en in hoeverre deze ideeën bruikbaar zijn voor Nederland. Door gebruik te maken van andere ervaringen in het buitenland, zoals de compensatiebank en het compensatiekadaster, kan de toepassing van het beleidskader verder worden verbeterd. Zie ook het Rapport Natuurcompensatie in het buitenland (2007, pdf).  

Meer informatie

Websites:

Documenten:


Naar boven
 






Home Nieuws Agenda Contact Sitemap Mijn dossier Toevoegen aan dossier Printen